Over die keer dat ik naar Zuid-Frankrijk trok en een paar dagen tijd nam voor mezelf.

“Pas op, straks zetten ze jou in quarantaine.”


Op 19 januari 2020 in Charleroi. We waren ons nog niet bewust van wat ons de komende maanden te wachten stond. Eén of ander virus zorgde ervoor dat ze in China neervielen op straat.


Ik stond met mijn man in de luchthaven van Charleroi met 39,5 graden koorts.

De keren dat ik koorts had, voor zover ik mij kan herinneren, kan ik op één hand tellen. De thermometer tegen de verwarming houden omdat ik niet naar school wilde, niet meegerekend.


Ik ben niet vaak ziek. De dag dat ik er alleen op uittrok, dat ik mijn man en kinderen een paar dagen achterliet, stond ik te rillen van de koorts terwijl mijn bagage werd ingecheckt.


Ik keek er enorm naar uit. Mijn valies was voornamelijk gevuld met boeken.

Ik trok naar de bergen om veel te lezen, mediteren, schrijven, wandelen en vooral genieten van de rust en stilte.


Een paar dagen alleen eropuit.


Na een aantal bewogen jaren, besliste ik er een paar dagen alleen op uit te trekken.

Me, myself and I. En mijn vader en zijn vriendin. Want dat is waar ik vijf dagen naartoe trok.

Mijn papa woont met zijn vriendin al enkele jaren in het Zuiden van Frankrijk. In Limbrassac, vlakbij Mirepoix. Een streek die uitnodigt volledig tot rust te komen. Lees: the middle of nowhere. Overdag waren mijn papa en zijn vriendin aan het werk, waardoor ik het overgrote deel van de tijd alleen was.


Mijn man stond achter die keuze, vond het een goed idee. We bespraken samen de mogelijkheden en de praktische kant van het hele gebeuren. Dat was voor mij voldoende om die reis te plannen en op 19 januari 2020 te vertrekken.


Van anderen kreeg ik uiteenlopende reacties:


  • Groot gelijk dat je dit doet, je zal er deugd van hebben

  • Oh dat wil ik ook wel een keertje.

  • En Peter en de kindjes dan?

  • Aaah, maar je gaat gewoon je papa gaan bezoeken?

  • Ik zou dat nooit kunnen.

  • Ik zou dat nooit mogen van mijn man


De meeste reacties waren positief en goed bedoeld.


Mijn man is volwassen en verstandig genoeg om een paar dagen alleen voor de kinderen te zorgen. We hebben ook voldoende steun rond ons, zodat we er eigenlijk nooit helemaal alleen voor staan.


Ik ging inderdaad bij mijn papa op bezoek, al was dat zeker niet de hoofdreden van mijn vertrek. Het had even goed ergens anders kunnen zijn. Papa was natuurlijk een voor de hand liggende keuze om een paar dagen naar het buitenland te trekken. En gezien de omstandigheden waarin ik vertrok, was ik blij dat ik daar was.


“Ik zou dat nooit kunnen.” Ik weet niet of het zo bedoeld was, maar die uitspraak voelde wel heel erg als een oordeel.

Die reactie kwam bij mij binnen als ‘ik zou nooit mijn man en kinderen in de steek kunnen laten’ en gaven me het gevoel dat ik een slechte vrouw en moeder was.


En dan de laatste, sommigen weten dit van mij, daar kan mijn haar wel eens van rechtkomen.

Als volwassen vrouw heb ik van niemand toestemming nodig om tijd voor mezelf te nemen. Ik heb dit besproken met mijn man. Zijn goedkeuring had ik niet nodig. Dat wil niet zeggen dat ik geen belang hecht aan zijn mening. Als hij niet achter mijn keuze stond, dan was ik hoogstwaarschijnlijk niet vertrokken. En dan zou dat mijn keuze geweest zijn en niet omdat het van hem niet mocht.


Iets samen bespreken of praktisch regelen is niet hetzelfde als toestemming vragen.


Toen ik regelmatig een paar dagen weg was voor mijn werk. Kwamen daar nooit gelijkaardige reacties op. Want blijkbaar als het voor het werk is dan is het oké. Als de reden functioneel en nuttig is, dan wordt het over het algemeen wel goedgekeurd. Terwijl de beleving voor mijn gezin hetzelfde is. Of het nu is om te werken of om tijd te nemen voor mezelf. Ik ben er niet.